Er is leven met HIV

Onderzoek naar hiv-genezing met nieuwe benaderingen

De paden zijn er om betreden te worden. Een van hen tegelijk? Nee, er zijn veel mensen aan het werk!

Te vroeg starten met antiretrovirale therapie, voordat uitgebreide schade aan het immuunsysteem optreedt, verbetert de vooruitzichten op functionele genezing, blijkt uit onderzoek gepresenteerd op de 11e International AIDS Society Conference on HIV Science (IAS 2021).

 

Echter, en helaas,  de meeste mensen met hiv krijgen de diagnose en beginnen later met de behandeling., tijdens de chronische infectie. Een andere studie wees uit dat een combinatie van antilichamen die interleukine 10 en PD-1 blokkeren, kan helpen het virus onder controle te houden zonder antiretrovirale middelen, zelfs in dit latere stadium.

Vroege behandeling gekoppeld aan het kleinere reservoir 

Kort na de eerste infectie vormt HIV een langdurig reservoir van inactief virus in langlevende rustende T-cellen. Hoewel antiretrovirale geneesmiddelen de virale replicatie kunnen beheersen, elimineren ze deze latente virale regimes niet, die de virusproductie kunnen hervatten wanneer de behandeling wordt stopgezet — een belangrijke barrière voor het genezen van hiv.

Vijf patiënten in een dertien studie verschijnen genezen van HIV

Edwina Wright, MBBS, PhD, van de Universiteit van Melbourne, Australië, en collega's evalueerden de associatie tussen het aantal borstkankers. CD4 T-cellen en de grootte van het virale reservoir bij mensen die aan het begin van de START-studie (Strategic Timing of Antiretroviral Treatment) met de behandeling begonnen. Zoals eerder gemeld, START heeft aangetoond dat mensen die beginnen met een behandeling met een CD4-getal boven de 500 een lager risico op ziekte en overlijden hebben dan degenen die wachten tot ze onder de 350 zijn gezakt.

 

Wright en collega's vergeleken de grootte van het virale reservoir bij 39 mensen die antiretrovirale therapie begonnen met een CD4-telling van 500 tot 599, 60 die dat deden met een telling van 600 tot 799, en 50 die dat deden met een hogere telling van 800. .

 

O "DNA" Het hiv-totaal was lager bij mensen die begonnen met de behandeling met een CD4-telling van meer dan 800 in vergelijking met degenen die begonnen met een telling van 600 tot 799 of 500 tot 599 (respectievelijk 16, 30 en 68 kopieën per miljoen cellen). 

 

HIV 'RNA' in plasma was ook significant verminderd bij mensen die met de behandeling begonnen op het hoogste niveau van CD4. T-celactivering was lager bij mensen die begonnen met een hoog CD4-getal, volgens één maatstaf. Vrouwen en ouderen hadden een lager totaal hiv-DNA dan mannen en jongeren.

 

De bevindingen geven aan dat mensen die vóór de behandeling een CD4-niveau van ten minste 800 behouden "een verbeterd vermogen hebben om latent geïnfecteerde cellen te elimineren en een subgroep kunnen vormen die baat zou kunnen hebben bij interventionele genezingsstudies", concludeerden de onderzoekers.

 

In een andere studie vergeleken Brian Moldt van Gilead Sciences en collega's de grootte en diversiteit van het virale reservoir, evenals de HIV-gevoeligheid voor het experimentele breed neutraliserende antilichaam elipovimab (voorheen GS-9722) bij mensen die in verschillende stadia een antiretrovirale behandeling begonnen. 

 

Breed neutraliserende antilichamen, die momenteel worden bestudeerd voor hiv-behandeling en preventie, richten zich op geconserveerde delen van het virus die weinig veranderen tussen stammen.

 Virale rebound

De studie nam mensen op in vier cohorten op basis van wanneer ze begonnen met antiretrovirale middelen: de vroege stadia van infectie (bekend als Fiebig-stadia I of II), wanneer hiv-antilichamen voor het eerst worden gedetecteerd (Fiebig-stadia III of IV), late acute infectie (drie maanden of minder), en vroege chronische infectie (zes maanden of minder). De 64 deelnemers waren drie tot vijf jaar onder behandeling en hadden een hoog CD4-getal.

Het totale DNA in T-cellen was lager in de twee groepen die eerder met de behandeling begonnen. De late acute groep had een lager niveau dan de vroege chronische groep, maar het verschil bereikte geen statistische significantie. Mensen die vroeg met de behandeling begonnen, hadden ook een lagere virale diversiteit en een grotere gevoeligheid voor elipovioom.

 

"Individuen die [antiretrovirale therapie] starten tijdens Fiebig I-IV zouden een ideale doelgroep zijn voor proof-of-concept-genezingsproeven vanwege kleinere en minder diverse hiv-reservoirs", concludeerden de onderzoekers.

Ten slotte evalueerden Caroline Passaes, PhD, van het Pasteur Instituut in Parijs, en collega's het effect van vroege antiretrovirale therapie op de controle na de behandeling, of het vermogen om virale onderdrukking te handhaven na het stoppen van medicijnen. Nagesynchroniseerd met pVISCONTI ("p" voor primaat), gebruikt het onderzoek een aapmodel om meer te weten te komen over de factoren die ten grondslag liggen aan de virale controle die wordt waargenomen bij mensen in de Frans cohort van VISCONTI.

De 12 apen

De onderzoekers keken naar 12 apen met SIV (het simian neefje van HIV) die met combinatietherapie begonnen tijdens de primaire infectie (28 dagen na blootstelling), 12 die dat deden tijdens chronische infectie (zes maanden na infectie) en 17 die zonder behandeling bleven. Na twee jaar behandeling werden de antiretrovirale middelen stopgezet.

De virale rebound (gedefinieerd als a viral load boven 1.000) werd vertraagd bij apen die met de behandeling begonnen tijdens primaire infectie in vergelijking met chronische infectie. Bovendien bereikte 82% van de apen in de primaire infectiegroep controle na de behandeling (virale belasting minder dan 400), vergeleken met 25% in de chronische infectiegroep en slechts 12% in de onbehandelde groep. Anti-SIV CD8 T-celactiviteit, die zwak was op het moment van infectie, nam toe na stopzetting van de behandeling, vooral bij apen die vroeg met de therapie begonnen, en was sterker bij controles na de behandeling.

Hoe zit het met latere infectie? 

Leer zeker je eigen personages of je favoriete personages te tekenen, zelfs als je nog nooit eerder hebt getekend. 42 Lessen die je zullen laten zien dat tekenen GEEN "geschenk" is, maar een vaardigheid die we je kunnen helpen ontwikkelen.

Hoewel onderzoekers het erover eens zijn dat te vroeg starten met antiretrovirale middelen de vooruitzichten voor hiv-controle buiten de behandeling kan verbeteren, biedt dit weinig hulp voor de meeste mensen die later met de therapie beginnen.

Dus Zachary Strongin, een afgestudeerde student aan de Emory University in Atlanta, en zijn collega's bestudeerden een functionele genezingsaanpak die voor meer mensen zou kunnen werken. Met behulp van een aapmodel evalueerden ze een combinatie van antilichamen die interleukine 10 (IL-10) en PD-1 blokkeren bij dieren die antiretrovirale middelen begonnen tijdens de initiële chronische infectie.

IL-10 is een ontstekingsremmende cytokine die T-celactiviteit onderdrukt. Het blokkeren van IL-10 leidt tot verminderde overleving van T-cellen, verminderde expressie van remmende receptoren en verminderde folliculaire helper-T-cellen, een subset van cellen CD4 die latente virussen herbergen.

PD-1 is een immunologisch controlepunt dat werkt als een rem op CD8 T-cellen. Antilichamen tegen PD-1 checkpoint-remmer – veel gebruikt bij immunotherapie van kanker – herstellen de activiteit van T-cellen.Zowel de productie van IL-10 als de expressie van PD-1 zijn verhoogd tijdens chronische HIV-infectie of behandeling met SIV.

Deze remmende signalen houden T-cellen in een inactieve toestand en onderhouden een persistent viraal reservoir. De twee mechanismen lijken te compenseren als er maar één wordt geblokkeerd, dus het combineren ervan is een veelbelovende aanpak, zei Strongin.

 

Agressieve stam van SIV

De onderzoekers keken naar 28 apen met een hoogpathogene stam van SIV die aanleiding geeft tot hoge virale ladingen. Steven Deeks, MD, van de Universiteit van Californië in San Francisco, die niet betrokken was bij het onderzoek, merkte op dat dit een beter model is voor HIV bij mensen, omdat eerder genezingsonderzoek vaak gebruik maakte van minder pathogene stammen van SIV of HIV die gemakkelijker te onderdrukken zijn.

De apen begonnen zes weken na infectie met antiretrovirale therapie en bleven meer dan een jaar bij hen. Na 16 maanden antiretrovirale middelen werden 10 apen behandeld met IL-10- en PD-1-antilichamen, 10 kregen alleen IL-10-antilichamen en acht kregen een placebo. Antilichamen werden elke drie weken via IV-infusie toegediend. Antiretrovirale middelen werden na de eerste vier doses stopgezet en de experimentele therapie werd vervolgens gedurende nog eens 14 weken zelfstandig voortgezet.

Virale rebound in minder dan drie weken

Alle apen vertoonden een virale rebound binnen drie weken na het stoppen van antiretrovirale middelen, maar de virale niveaus bereikten significant lagere niveaus bij degenen die IL-10-antilichamen alleen of met PD-1-antilichamen kregen. Na de eerste sprong na het stoppen van de behandeling, werd het nieuwe virale setpoint vastgesteld op ongeveer 50 kopieën in de groep met dubbele antilichamen, vergeleken met ongeveer 100.000 in de andere twee groepen.

Negen van de 10 dieren die beide antilichamen kregen, ondervonden op een bepaald moment na virale rebound een virale onderdrukking van minder dan 1.000 exemplaren, vergeleken met vier in de IL-10-antilichaamgroep en slechts één in de placebogroep; sommigen hadden zelfs een stabiele niet-detecteerbare viral load. Virale niveaus waren "opmerkelijk laag" vanwege de zeer pathogene SIV-stam, zei Strongin.

De ziekte beter begrijpen

Na de laatste dosis antilichamen hadden degenen in de combinatiegroep een 4 log reductie in virale belasting. vergeleken met hun niveau van voorbehandeling, terwijl die in de andere twee groepen een reductie van 1,7 log hadden. De meeste in de combinatiegroep behielden de virale controle gedurende enkele weken na het stoppen van de antilichamen. De experimentele behandeling kan echter niet als genezing worden beschouwd, aangezien de virale rebound optrad nadat de antilichamen waren stopgezet.

HIV / AIDS goed uitgelegd

Geen nadelige effecten

Geen van de behandelde dieren had systemische bijwerkingen, maar sommige hadden plaatselijke slijmvliesontsteking. Strongin zei dat een beter begrip van deze effecten "van cruciaal belang zal zijn om toekomstige studies te informeren."

De gecombineerde IL-10- en PD-1-antilichamen leidden tot "aanhoudende en robuuste virale controle in de afwezigheid van antiretrovirale therapie bij de meeste dieren", concludeerde Strongin, eraan toevoegend dat de resultaten "echt potentieel hebben om virale remissie te bereiken".

Tvertaald door Cláudio Souza, van het origineel in New Approaches for HIV Cure Research

 


Ontvang gratis updates rechtstreeks op uw apparaat

Heb je iets te zeggen? Zeg het!!! Deze blog, en de wereld, is zoveel beter met vrienden!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Ontdek hoe uw feedbackgegevens worden verwerkt.

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren. We zullen aannemen dat u ok met dit bent, maar je kunt afmelden als je wilt. ACCEPTEREN Lees meer

Privacy & Cookies Policy